Juridische handvaten voor dierenartsen

Geplaatst op 1 september 2016

Veterinair Tuchtrecht

koeienBij besluit van 5 november 2007 is het Diergeneesmiddelenbesluit gewijzigd. De wijziging is ingegaan op 1 juli 2008. Diergeneesmiddelen voor voedselproducerende dieren mogen vanaf 1 juli 2008 in beginsel uitsluitend geleverd worden door een dierenarts. Het betreft de zogenaamde URA-middelen (Uitsluitend op Recept Afleveren). Als gevolg van de wijziging hebben dierenartsen veel meer de rol van Poortwachter gekregen. Er worden dan ook steeds strengere eisen gesteld aan het handelen van dierenartsen. De publieke opinie vanuit Nederland, maar ook die vanuit Europa wordt hierbij in acht genomen.

Een dierenarts dient immer te handelen volgens GVP: Good Veterinairy Practice (artikel 4 lid 2 Wet Dieren). Dit is een open norm. Het gaat daarbij om de zorg die een dierenarts in die hoedanigheid behoort te betrachten ten opzichte van één of meer dieren met betrekking tot welke zijn hulp is ingeroepen. De GVP dient beoordeeld te worden aan de hand van de stand van wetenschap op dat moment en aan de hand van hetgeen ten tijde van het handelen binnen de beroepsgroep als norm of standaard werd aanvaard. Dierenartsen moeten zelf bepalen hoe zij invulling geven aan die open norm.

De overheid en de KNMvD (Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde) wilden de positie van dierenartsen verstevigen en handvaten bieden aan dierenartsen. Als gevolg daarvan heeft de KNMvD opdracht gegeven om richtlijnen te ontwikkelen. De richtlijnen geven de professionele standaard aan voor alle dierenartsen bij het maken van bepaalde veterinaire keuzes en beslissingen. De richtlijnen geven invulling aan de open norm van GVP; het is wel mogelijk om af te wijken van deze richtlijnen.

Als een dierenarts besluit om af te wijken van de richtlijn, dan dient hij de onderliggende redenen om af te wijken goed te beargumenteren en schriftelijk vast te leggen, zodat er naderhand een toetsing mogelijk is.

Uiteraard zijn niet voor alle situaties waar een dierenarts mee te maken krijgt richtlijnen opgesteld. In dat soort gevallen wordt de invulling van de open norm overgelaten aan het Veterinair Tuchtcollege (VTC) en het Veterinair Beroepscollege (VTB).

Tegen een dierenarts kan op verschillende manieren een klacht worden ingediend bij het VTC. Er kan een klacht worden ingediend door een particuliere belanghebbende. Dit is veelal de eigenaar van het dier waarvoor u bent ingeschakeld. In dat soort gevallen gaat het vaak om kwesties met huisdieren of paarden.

Daarnaast is het mogelijk dat opsporingsambtenaren een berechtingsrapport opstellen ten aanzien van u en er bij het VTC een klacht wordt ingediend door de klachtenambtenaar. Op dit moment wordt door opsporingsambtenaren zeer veel onderzoek gedaan naar het voorschrijven van antibiotica, een zogenaamd UDD-middel.

Dierenartsen dienen zich goed te realiseren dat de bevoegdheden van de opsporingsambtenaren zeer indringend zijn. Zo mogen de ambtenaren zomaar komen kijken, administratie en spullen meenemen en zelfs zich de toegang verschaffen. Hiervoor is de toestemming van de dierenarts niet nodig. Dierenartsen kunnen onmogelijk voorkomen dat er een klacht tegen ze wordt ingediend. Het is van groot belang dat een dierenarts weloverwogen keuzes maakt en bedrijfsadviezen geeft en het vorenstaande ook uitvoerig vastlegt in uw administratie.

Oranje advocatenkantoor heeft een uitgebreide bijdrage geleverd aan jurisprudentievorming ten aanzien van het voorschrijven van ontwormingsmiddelen.

Vanaf 1 juli 2008 zijn ontwormingsmiddelen voor paarden alleen nog op recept verkrijgbaar. Op 1 april 2009 is het artikel ‘Antiparasitaire middelen en de receptplicht voor paarden’ gepubliceerd in het Tijdschrift voor Diergeneeskunde. Na de invoering van de receptplicht zijn er tal van klachten ingediend tegen dierenartsen bij het VTC met betrekking tot de afgifte van ontwormingsmiddelen. De open norm was nog niet ingevuld. Het was voor dierenartsen niet duidelijk aan welke vereisten moest worden voldaan bij de afgifte van ontwormingsmiddelen.

Oranje Advocatenkantoor heeft een aantal dierenartsen bijgestaan in de eerste zaken die zich met betrekking tot dit onderwerp hebben afgespeeld. Uiteindelijk heeft het VTB in de uitspraak van 13 januari 2011 bepaald dat de eisen voor het voorschrijven van ontwormingsmiddelen, waaronder een bedrijfsbezoek, bekend moeten worden geacht vanaf de publicatie van 1 april 2009.

Thans loopt Oranje Advocatenkantoor wederom voorop ten aanzien van de toetsing van de civiele rechter van uitspraken van het VBC op grond van een onrechtmatige overheidsdaad.

Tevens is Oranje Advocatenkantoor druk doende met een aantal zaken ten aanzien van het antibioticaverbruik.

NVWA: de bestuurlijke route via bezwaar of de strafrechtelijke route

De NVWA (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) is bevoegd om bestuurlijke boetes opleggen en om het Openbaar Ministerie op de hoogte stellen van zijn bevindingen.

Een bestuurlijke boete die is opgelegd door de NVWA is aan te merken als een besluit in de zin van de Algemene Wet Bestuursrecht (artikel 1:3 Awb). Als een dierenarts het oneens is met dit boetebesluit, dan is het mogelijk om bezwaar instellen tegen de boete. Bezwaar kan door de dierenarts zelf, of door een gemachtigde, worden ingesteld bij de NVWA. De NVWA moet het besluit dan heroverwegen. Als een dierenarts het oneens is met het nieuwe besluit, dan kan de dierenarts, of de gemachtigde, beroep instellen bij de bestuursrechter tegen het nieuwe besluit.

Door kennisname van het OM kan een dierenarts strafrechtelijk worden vervolgd. Het nemo tenetur-beginsel geldt voor verdachte dierenartsen: je hoeft niet mee te werken aan je eigen veroordeling. Als dierenarts is het hierbij belangrijk te weten wanneer het verstandig is om te spreken, of dat het verstandig is om eerst te zwijgen.

Conclusie

Het veterinair recht is een gebied dat nog volop in ontwikkeling is. Oranje Advocatenkantoor heeft veel ervaring op dit gebied. Ben je als dierenarts over je werkwijze op de vingers getikt, of dreig je in de problemen te geraken? Vraag dan tijdig juridisch advies. Onze specialisten kunnen je hierover te woord staan.

De kosten voor juridisch advies of juridische bijstand worden dikwijls vergoed door rechtsbijstandsverzekeraars. Vraag naar de voorwaarden bij de rechtsbijstandsverzekeraar.

Heeft u juridische hulp nodig?

Heeft u een vraag of probleem, of wilt u nader kennismaken? Bel ons: 050 501 12 92. Meer contactmogelijkheden.

U vindt ons ook op: